Overlap

”De grootste duurzame stap die je kan maken is zo veel mogelijk plantaardig eten”

In dit artikel interviewen we Hanneke van Veghel, auteur van het boek Dieet voor een betere planeet. Na haar succesvolle periode als columnist besloot ze haar ideeën in boekvorm te gieten, wat resulteerde in haar populaire publicatie. Voor ons reden genoeg om even langs te gaan! In dit interview vertelt ze over hoe je echt duurzaam kan eten, de toekomst van vlees en het bijzondere onderzoek dat ze uitvoert in Kenya.

Wat leuk dat je tijd voor ons wilde maken om over je boek te praten. Hoe is het idee van je boek ontstaan?

Ik heb veehouderij gestudeerd, en daarna een master in Engeland in Duurzame Landbouw en Voedselzekerheid. Ik kwam daar zo veel interessante informatie tegen over duurzaam voedsel, en vroeg mij altijd af: waarom zie ik dit nergens? Ik lees dit wel in rapporten en organiseerde er debatten over op school, maar mensen weten hier niks van. Op een gegeven moment, ergens in 2013, kwam er een onderzoek uit van een Zweedse organisatie waarin stond dat 30 tot 50% van het gekochte voedsel verspilt werd. Dat vond ik wel heel veel. Ik dacht toen: ik ga hier gewoon over schrijven. Bloggen was toen helemaal een ding aan het worden, dus daar begon ik ook mee. In Londen – waar ik destijds met een master bezig was – werd een protest gehouden tegen Monsanto. Dit is een bedrijf dat onder andere genetische manipulatie toe past op soja, niet op een bepaald duurzame manier. Ik heb daar een artikel over geschreven dat zo’n 250.000 keer gedeeld werd, waarna ik allemaal radio-interviews kreeg. Uiteindelijk ben ik steeds meer gaan schrijven en kreeg ik steeds meer aandacht met mijn blog Eten met Geweten [nu Dieet voor een betere planeet]. Uiteindelijk ben ik benaderd door een uitgever met de vraag of ik mijn ideeën over voedsel in een boekvorm wilde gieten. 

Hoe ging het schrijven zelf?

Tsja, ik vind het gewoon heel leuk om allemaal wetenschappelijke artikelen – die mensen dus niet zelf opzoeken – te lezen en dat te delen, of er zelfs over te debatteren en mensen na te laten denken over de impact van hun keuzes op het gebied van voedsel. Ik heb geprobeerd om dat op een soort ironische, af en toe wat sarcastische manier in het boek te verwerken. Heel luchtig uitleggen wat zo belangrijk is. Niet alleen de producten die mensen kopen, maar dus ook over bijvoorbeeld voedselverspilling en ketenaspecten. Voor mij was het eigenlijk de vertaling van hele droge, saaie stof naar iets wat voor gewone mensen interessant is om te lezen. 

Was het voor jou meer een zoektocht naar antwoorden, of het uitschrijven van informatie die je al wist?

Dat was een beetje van beide. Ik heb echt veel geleerd, maar je moet uiteindelijk ook wel kiezen waar je je focus op wilt gaan leggen. Schrijven is namelijk schrappen: niet alles is interessant voor lezers. Ook bijvoorbeeld of je het verhaal goed Nederlands kan maken, want uiteindelijk is het informatie voor de Nederlandse lezer. Het moet niet te globaal worden. Aan de andere kant: ik heb vijf jaar studie afgerond en stages in veehouderijen en palmolieplantages erop zitten, dus ik weet er wel het een en ander vanaf. Ik schrik niet meer van de cijfers van vleesconsumptie of het slechte welzijn van dieren. Gelukkig komen er steeds meer wetenschappelijke rapporten uit die de problemen van ons voedselsysteem op alle niveaus aankaarten. Daar leer ik nog steeds van. 

Nieuwe informatie is bijvoorbeeld dat 77% van alle landbouwgrond in dienst staat van de veehouderij voor slechts 18% van de calorieën. Bizar hoe inefficiënt dat is. Maar ook de menselijke kant van dit verhaal: het is zo ontzettend slecht gesteld met de cacao- en koffieboeren. De handel is zo oneerlijk en dat is deprimerend. Iedereen weet dat er ongelijkheid is, maar als je kijkt hoe veel winst supermarkten bijvoorbeeld maken, dan schrik je echt. Het feit dat George Clooney tientallen miljoenen krijgt om alleen het gezicht te zijn van een koffiemerk, terwijl diezelfde organisatie zich schuldig maakt aan kinderarbeid en uitbuiting van de belangrijkste spelers in haar keten: de koffieboeren. Als je zo veel geld hebt voor marketing maar zo omgaat met je leveranciers, dan gaat er ergens iets gruwelijks mis. 

Wat voor impact heeft dit boek gehad op jouw eigen eetgewoonten?

Ik ben zeker nog verder gaan kijken naar waar ik met mijn aankopen een verschil kan maken. Ik eet geen chocolade, maar koffie koop ik nu echt op een duurzamere manier in. Op basis van het onderzoek voor mijn boek ben ik toen uitgekomen bij Wakuli, echt een te gek merk, dat elke maand gewoon eerlijke koffie in je brievenbus bezorgt. Het is duurder, maar je weet dan wel dat het eerlijk is. Verder eet ik vooral veel meer biologisch en meer peulvruchten zoals bonen en linzen in traditionele maaltijden. 

Heeft iets bij jou tot nieuwe inzichten/andere leefgewoontes geleid?

Ik probeer zo veel mogelijk voedsel te kopen, en zo weinig mogelijk producten. Voedsel is dus echt puur voedsel en producten zijn vaak bewerkt met van alles en nog wat, wat het vaak nog eens erg ongezond maakt. Voor mij is gezondheid een onderdeel van duurzaamheid, maar ook op dit gebied is het slecht: een KitKat kan bijvoorbeeld ingrediënten uit vijf verschillende werelddelen hebben. Een KitKat is hartstikke lekker, maar het vult in plaats van voedt. 

Wat zijn volgens jou manieren die mensen zelf kunnen veranderen, om tot een duurzamer eetpatroon te komen?

Tsja, waar moet ik beginnen? Haha. Als je echt iets voor het klimaat wil doen, moet je stoppen, of drastisch minderen, met rood vlees eten. Als je heel erg voor dierenwelzijn bent, ga dan alsjeblieft meer plantaardig eten. Zeker in Nederland, waar we vlees eigenlijk ook helemaal niet meer nodig hebben om te overleven. Daarnaast zou ik zeggen dat mensen echt letten op hun voedselverspilling en vaker boodschappen doen bij organisaties als TooGoodToGo, of koop direct bij de boer. Kijk ook naar wat echt eerlijk is, niet naar dat standaard kijk-ons-eens-duurzaam-zijn verhaal dat zo veel koffie- en cacaoproducenten verkopen. Dat is natuurlijk greenwashing tot de max. Tony Chocolonely stond altijd bekend als dè chocoladeproducent die zijn cacao niet inkocht waar kinderarbeid aan te pas is gekomen, maar ook zij zijn vorig jaar een samenwerking aangegaan met een Belgische organisatie die dat wel doet. Het beste wat mensen kunnen doen, is boodschappen bij bijvoorbeeld Ekoplaza. Die hebben alles al voor je uitgezocht. Het kost natuurlijk wel wat meer, maar je kan er ook af en toe heen gaan, wanneer je het kan missen. 

Hoe zou jij graag zien dat mensen in de nabije toekomst met vlees omgaan?

Ik zie graag dat al het vlees in de supermarkt gemaakt is van plantaardige gewassen. Vlees 2.0, vlees van soja en erwten, vlees van de Vegetarische Slager, Beyond Meat, kweekvlees: noem ze maar op. De veehouderij heeft geen toekomst. Niet alleen vanwege de enorme inefficiëntie, maar ook de aanzienlijke grote morele problemen betreft dierenwelzijn en de milieu-impact. Er is geen enkele sector ter wereld die een dusdanig groeiend leger van moraalridders, milieu-, biodiversiteit-, klimaat- en gezondheidswetenschappers tegenover zich heeft staan. 

Kijk, diervriendelijk vlees bestaat natuurlijk niet. Ik vind die term altijd heel apart. Voor de dieren zou ik dus zeggen dat we met z’n stoppen met vlees en andere dierlijke producten eten, maar als je kijkt naar de veehouderijsystemen kan je wel zeker zeggen dat dieren in biologische houderijen het minder slecht hebben dan dieren in niet-biologische houderijen. Ze hebben veel meer natuurlijk daglicht, lopen vaker en langer buiten, worden niet gemutileerd en groeien trager. Ik zou dus vooral meegeven: als je vlees koopt, koop dan minder en biologisch. Aan de andere kant, heel veel wat conservatievere mensen hebben vaak het gevoel dat hen iets bestolen wordt wanneer je het hebt over het verminderen van vleesconsumptie. Ik vind dat vaak wel een beetje sneu dat mensen denken dat je alleen maar lekker kan eten als er vlees bij zit. Toen ik voor het eerst in Kenya kwam bij een groep expats waar ik nu woon, hadden mensen ook geen hoge hoed op van plantaardig eten, tot ze aan tafel schoven bij mijn uitgebreide lunches. Als mensen maar zien, en vooral proeven, dan het ook anders kan, staan ze er veel makkelijker voor open. 

Ik zou ook graag zien dat er meer aandacht gaat naar de true price van producten. Bij die prijs worden ook alle indirecte kosten – dus ook de langetermijngevolgen zoals bijvoorbeeld obesitas en vervuiling van het grondwater – meegenomen in de prijsberekening. In Frankrijk is bijvoorbeeld berekend dat de overheid zelf 500 miljoen moet betalen om het grondwater te reinigen van pesticiden. Die rekening komt niet bij de boer noch bij de consument terecht, waardoor het minder snel als een probleem gezien wordt. Doe je dat wel, of pas je meer duurzame landbouw toe waardoor pesticiden in mindere mate nodig zijn, dan gebeurt dat veel sneller. Ik zou in de nabije toekomst graag zien dat de vervuiler betaalt. 

Hoe vindt je dat de Nederlandse keuken en eetcultuur scoort op het gebied van gezond en duurzaam eten?

Kijkend naar de cijfers uit de gezondheidszorg zou ik zeggen: niet best. De helft van alle Nederlanders heeft overgewicht of obesitas. Er zijn 1.7 miljoen personen met hart- en vaatziekten en meer dan een miljoen mensen met diabetes. Nederland doet mee aan de pandemie van chronische welvaartsziekten. Sterker nog: welvaartsziekten zijn de nummer één doodsoorzaak wereldwijd en is relatief gemakkelijk te voorkomen. We eten te ongezond, bewegen te weinig, roken en drinken te veel. In de jaren ’70 zijn we langzaam overgestapt van traditionele diëten naar het westerse dieet. Nutrition transition heet dat. Een dieet vol dierlijke vetten en vlees, frisdrank, snoep, snacks, kant-en-klare maaltijden en producten, veel suiker, zout, vet en veel te weinig groente, fruit en peulvruchten. Daar is op zijn zachts gezegd veel ruimte voor verbetering. 

Wat de Nederlandse eetcultuur en -gewoontes wel siert is dat onze eigen lokale producten hartstikke gezond zijn: erwtensoep, boerenkoolstamppot, knollen, bonen, appels en peren. Bovendien zijn internationale diëten er door ons handelsverleden en globalisme er met de paplepel ingegoten. Denk aan Indonesisch, Italiaans, Turks of Chinees. Nederland is een multicultureel land en dat zorgt voor brede kennis over culinaire hoogstandjes. 

In hoeverre denk je opvoeding een rol speelt bij gezonde en duurzame voeding?

Absoluut. Ik denk dat jongeren bijvoorbeeld – zodra ze het huis uit zijn – veel ruimer denken in hun eten. Je maakt dan veel makkelijker je eigen maaltijd of zoekt een keer wat nieuws op. Ik at thuis bijvoorbeeld zelden peulvruchten. Witte bonen in tomatensaus of sperziebonen uit blik, daar bleef het vaak een beetje bij. Maar het is natuurlijk niet altijd alleen maar opvoeding. Ik ben zelf op mijn tiende vegetariër geworden. Mijn familie was daar helemaal niet van. Mijn moeder was echter niet zo’n keukenprinses en we aten vaak aardappelen, vlees en groente. Ik ben toen op het gegeven moment twee weken lang, iedere dag gaan afvragen waar dat stuk vlees dan vandaan kwam. Mijn moeder vertelde me toen dat dat van koeien, varkens of kippen kwam. Die maakten ze dan dood en wij aten dat op. ‘’Moeten wij dat eten dan?’’ vroeg ik. Mijn moeder schudde toen vertwijfeld haar hoofd. ‘’Waarom zouden we dat dan doen?’’ vroeg ik daarna aan mijn ouders. Toen ik erachter kwam dat het eigenlijk niet nodig is, ben ik gestopt met het eten van dierlijke producten. Als vervanging kreeg ik vaak een gekookt ei, wat natuurlijk niet echt een topcombinatie, noch een goede oplossing was. Haha. 

Ging het je beter af toen je dus uit huis ging?

Ja, zeker. Ik ben al heel snel meer internationaler gaan eten. Veel noten en peulvruchten. Curries, tofu en stir-fry bijvoorbeeld. Toen ik op kamers ging, woonde ik met een meisje uit Iran. Zij maakte wel eens een preipannenkoek voor mij. Echt heel lekker. Dat zijn van die gerechten die je thuis, in de Nederlandse keuken, veel minder snel ziet. Op die manier leerde ik steeds meer verschillende eetculturen kennen, wat het vervangen van vlees een stuk makkelijker maakte. Tegelijkertijd veranderde het aanbod in de supermarkt ook rond die tijd. Door de opkomst van veganisme en de toegankelijkheid op het internet ben ik steeds meer vegan gaan eten. Ik volg tientallen vegan kookvlogs en leer daar nog steeds heel veel van. 

Wij van Let’s stick around zien een duidelijke connectie tussen gezond en duurzaam leven. In hoeverre zie jij die connectie in de voedselindustrie?

Gezondheid en duurzaamheid gaan hand in hand en ook daar kom je uit bij het eten van dierlijke producten. Hoe minder dierlijke producten, hoe gezonder je dieet en hoe lager de klimaatimpact. Dat geldt natuurlijk alleen als je een dieet vol verse groente, fruit peulvruchten, granen en knollen eet. Ook de voedselkilometers en de manier van landbouw spelen daarin een rol. Biologisch is soms duurzamer omdat er meer ruimte is voor natuur bij boerenbedrijven en er geen schadelijke bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Desalniettemin kunnen gangbare boerenbedrijven ook duurzaam boeren. Dat verschilt erg per boer: niet iedere boer is bezig met duurzaamheid. 

Vind je lokaal eten dan de beste manier om gezond en duurzamer te eten?

Zoals ik het zie: de grootste duurzame stap die je kan maken is zo veel mogelijk plantaardig te eten. Het zit namelijk zo: wat je eet is klimaat-technisch belangrijker dan waar het vandaan komt. Transport is slechts 6% van de hele klimaatimpact van het Europese dieet, terwijl ongeveer 80% door dierlijke producten komt. Wil je dus echt een impact maken, kan je beter veel plantaardig dan veel lokaal eten. Maar, stel dat je helemaal plantaardig eet, kan je klimaatimpact alsnog hoger zijn dan van een vleeseter. Groenten die hier niet verbouwd worden, vooral ingevlogen groenten, kunnen natuurlijk alsnog een hoge klimaatimpact hebben. Het duurzaamheidsverhaal heeft dus wel echt meerdere kanten. Met energie kan je er nog een derde kant aan toevoegen: in de winter zijn tomaten uit Spanje duurzamer dan tomaten uit Nederland, gezien de energie die het kost om de Nederlandse tomaten goed te kweken. Maar ook als je als fervente vleeseter alleen nog bij de Ekoplaza gaat shoppen en dagelijks kaas en biefstuk eet, dan heb je nog steeds een hoge klimaatimpact. Ik zou dus willen meegeven dat je zo veel mogelijk plantaardig en van eigen bodem eet. Of zoals eetschrijver Michael Pollan zegt: eat food, not too much, and mostly plants

Hoe ziet de nabije toekomst er voor jou uit, met name met betrekking tot je boek?

Ik ga de komende maanden mijn avocado-project eerst afronden. Mijn vriend is avocadoboer en we zijn aan het kijken of we de meest duurzame avocado ter wereld kunnen produceren. Daarbij kijken we naar de klimaatimpact van het bedrijf, afval, watergebruik, mineraalstromingen, groene mestmethodes, etc. Binnen dat project ben ik ook begonnen met het planten van één miljoen bomen in samenwerking met communities hier. We willen graag een voorbeeld geven aan de wereldwijde avocadosector. Tussendoor ga ik beginnen met de vertalingen van mijn boek en mijn derde boek over de eiwittransitie. Schrijven is fantastisch, maar ik heb wel afwisseling nodig. Kortom: druk, druk, druk!